Des Usines Perdues

Charleroi is uitgeroepen tot lelijkste stad van Europa….of mooiste.
Charleroi, eens een belangrijk industrieel centrum (koolmijnen en staalindustrie), is nu vooral een stad van vergane glorie, met de bijhorende sociale problemen (hoge werkloosheid- en criminaliteitscijfers). Overal zijn er resten (terrils, gebouwen) zichtbaar waardoor Charleroi en de regio nog steeds bekendstaat als Le Pays Noir, en geassocieerd wordt met mijnen. In de deelgemeente Marcinelle vond in 1956 de grootste mijnramp uit de Belgische geschiedenis plaats in de mijn Le Bois du Cazier. 262 mijnwerkers kwamen om, voornamelijk Italianen (na W.O.II massaal als “gastarbeiders” ingehuurd) en Vlamingen. Sinds kort zijn de oude mijngebouwen ingericht als museum en herdenkingssite. De mijnbouw is ondertussen voltooid verleden tijd, de staalindustrie nog slechts een schim van vroeger, ACEC (elektromechaniek), begin jaren 60 qua omzet nog zo groot als Philips, bestaat niet langer. Chemie (Solvay) en glas (Glaverbel), blijven nog overeind.

Met forse subsidies (onder andere 750 miljoen euro van de Europese Unie voor de provincie Henegouwen) probeert het Waals Gewest het tij te keren, door nieuwe bedrijven aan te trekken. Zo kent de luchthaven van Charleroi (deelgemeente Gosselies) die jarenlang een sluimerend bestaan leidde, sinds 2001 toen de goedkope luchtvaartmaatschappij Ryanair er neerstreek, als “Brussels-South Charleroi Airport” een forse toename van het aantal reizigers (meer dan 6 miljoen in 2012). De subsidies die Ryanair ontving van de Waalse Gewestregering werden door de Europese Unie ondertussen echter beschouwd als concurrentieverstorend, en Ryanair moest de miljoenen euro’s terugstorten aan de Waalse overheid, in beroep (2008) werd deze uitspraak om procedurele redenen echter vernietigd en ging Ryanair vrijuit. Rond de luchthaven die in 2008 een nieuwe grote terminal in gebruik nam is ondertussen ook het bedrijfs- en wetenschapspark Aéropole tot stand gekomen dat zich toespitst op hoogtechnologische bedrijven en onder andere een aantal spin-off bedrijven van de ULB herbergt. De economische reconversie van de regio in zijn geheel is op dit ogenblik echter nog niet afgerond.

Bijzonder is dat Charleroi geen echte universiteit bezit. Dit leidt ertoe dat veel leerlingen na het middelbaar onderwijs de stad verlaten om elders een studie te volgen. De stad heeft wel de Centre Universitaire de Charleroi (een instelling voor volwassenenonderwijs) en de paramedische afdelingen Institut Pédagogique et Social de Marcinelle (IPSMa) en Institut Provincial de Kinésithérapie de Nursing et d’Ergothérapie (IPKNE) van de hogeschool Haute Ecole Provinciale de Charleroi Universtité du Travail (HEPCUT), en de IESCA van de Haute Ecole Catholique Charleroi-Europe.

 

Scroll Up